Inleiding  |  Beschrijving  |  Oscar Vankesbeeck  |  Eerbetoon  |
  In beeld
 


Monument van voetbalclub Racing Mechelen


Eindelijk kwam het gelukkig nieuws en onmiddellijk werden de takken van den kanadaboom die te midden van onzen nieuwen grond stond, afgekapt om er een lange wit en groene wimpel aan te knoopen en alzoo, te midden van fierheid, geluk en geestdrift, aan Mechelen aan te kondigen dat Racing haar “eigen huis,, had gekocht. Iedereen was gelukkig en de behendigheid van het beheer werd... dien dag ten minste, naar waarde geschat. Op 16 Januari 1923 las notaris Van de Walle in de aloude prachtlokalen van de Godshuizen, gelegen in den Bruul, in d’aanwezigheid van de zeven beheerraadsleden van Racing, de groote aankoopakte... waarvan de onderteekening ons de tranen in de oogen bracht.” (A. Goovaerts en O. Vankesbeeck)

Het Oscar Vankesbeeckstadion is een karakteristiek voetbalstadion in de stad Mechelen, dat traditie uitademt. Gelegen in het noordelijke stadsdeel Mechelen-Noord is het de thuishaven van voetbalclub Racing Mechelen en al enkele generaties het "huis" van Racingers.
Het stadion ligt aan de Antwerpsesteenweg, net buiten de stadsring en was oorspronkelijk bekend als "stadion Antwerpsesteenweg". Het stamt uit 1923 en is later als eerbetoon genoemd naar de ex-voorzitter van de club. Het telt 13.687 plaatsen, waarvan ongeveer 1.900 zitplaatsen en enkele tientallen business- seats.

De eerste tribune (1923-1947) was 80 meter lang en 14 meter hoog en telde 1.900 zitplaatsen. Er was een buffet aanwezig met een gelagzaal van 10 meter op 20 en een woning voor de chalethouder. Er was ook een turnzaal voorzien van 10 meter op 10 en 8 kleedkamers. Bij de opening van het stadion in juli 1923, waren er niet minder dan 40 journalisten aanwezig! Het ganse prestigieuze project was pas afgerond in november 1923. Maar daarvoor waren er al drie thuiswedstrijden gespeeld zonder tribunedak. De supporters hadden geluk dat het tijdens die periode niet regende. Ten slotte telde het ovalen stadion 20.000 staanplaatsen, rond het ganse veld verdeeld over 16 treden.

De huidige tribune

Wanneer het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht was, kreeg Racing met pech te kampen. Een Duitse V1-bom kwam op de hoofdtribune terecht. De herstellingen lieten niet lang op zich wachten, maar op 10 september 1947 sloeg het noodlot pas echt toe. Diezelfde tribune, gelegen aan de noordzijde, brandde helemaal af. Hierbij ging het volledige clubarchief verloren. Met onder andere de opbrengst van een benefietwedstrijd werd niet veel later een nieuwe tribune gebouwd. In dit gebouw zijn verscheidene bars, een restaurant, kleedkamers, en een sportzaal ingericht. Maar de rijkdom van de tribune is haar sprekende gevel met clublogo en de in '51 opgeknapte vergaderzaal die sindsdien ongewijzigd bleef. Aan de overzijde werden de staanplaatsen in 1948 overdekt met een houten dakconstructie. Later werd deze vervangen door een metalen exemplaar, maar die nam niet meer de lengte van het hele veld in.
Het stadion is in de loop van de geschiedenis meerdere malen aangepast, maar de authenciteit bleef zo goed als onaangetast. Misschien wel in te verre mate, want beperkte onderhoudswerken zouden vooral de hoofdtribune meer eer aandoen. Tijdens de periode 1971-1974 werden de gronden achter beide doelen verkocht. Ze werden ingenomen door appartementen, garages en woningen.

Op de balkongevel boven de spelerstunnel prijkt de clubleuze: Waar een wil is, is een weg.

Beschrijving huidige stadion


Aan de zuidzijde liggen de overdekte staanplaatsen, de ene helft voor de bezoekers en de andere helft voor de Racingsupporters. De oostzijde achter het doel, kant Oscar van Kesbeeckstraat, is een constructie met staanplaatsen waaronder garageboxen zijn verwerkt. Aan de westzijde zijn er geen voorzieningen voor toeschouwers, maar deze ruimte doet dienst als parking. Het stadion telt drie ingangen. De hoofdingang ligt aan de Oscar van Kesbeeckstraat, 70 meter zuidelijker ligt de ingang van de bezoekers, aan dezelfde straat, dicht tegen de Electriciteitsstraat. Aan de overzijde is er een bijkomende ingang via de Schorsmolenstraat. Aan de noordzijde zijn er nog drie bijkomende voetbalvelden, die worden gebruikt voor trainingen en voor jeugdwedstrijden. Achter deze velden, ligt het complex van Racing Tennis, een tennisclub met een eigen bestuur, maar historisch verwant met de voetbalclub Racing Mechelen.

Oscar Vankesbeeck

Oscar VankesbeeckOscar Vankesbeeck zag het levenslicht op 17 juli 1886 in de schaduw van de Sint- Romboutstoren, vlak bij de kraanbrug, in ‘t zicht van die beroemde oude gevels aan de Dijle. Hij studeerde aan het Koninklijk Atheneum van Mechelen en later rechten aan de Vrije Universiteit Brussel, waarna hij een advocatenpraktijk in Mechelen uitbouwde.

Al in 1905, diende hij op 19-jarige leeftijd zijn kandidatuur in om voorzitter van Racing Mechelen te worden.
Tegelijkertijd wist hij zich bijzonder te onderscheiden in het Koninklijk Atheneum van Mechelen, behaalde jaar na jaar de eerste prijzen om in 1906 als primus te eindigen, waarvoor hij de gouden medaille van uitmuntendheid en de ‘Prijs der regering’ mocht ontvangen. Oscar zou vervolgens studeren in de Vrije Hogeschool van Brussel waar hij in 1911 met grote onderscheiding als doctor in de rechten promoveerde.

Hij bouwde een indrukwekkende loopbaan uit en maakte naam met zijn advocatentalent. Vankesbeeck stond ook bekend om zijn redenaarstalent. Hij werd de voorman van de Liberale Partij, bracht het tot volksvertegenwoordiger in het Belgisch parlement van 1932 tot 1936, werd een jaar later bondsvoorzitter en in 1938 schepen van Mechelen tot zijn afzetting door de Duitse bezetter in 1941.

Een bondsvoorzitter in het concentratiekamp

Oscar Vankesbeeck overleed in 1943 na een tijdje als politiek dissident gevangen te hebben gezeten in het kamp van Breendonk. Als oud-volksvertegenwoordiger en schepen van onderwijs van Mechelen werd hij per brief in 1941 door de interim gouverneur van de provincie Antwerpen, J. Grauls, afgezet omwille van zijn openlijke anti-Duitse houding. Hij verleende ook medewerking aan het sluikblad 'Het Ratje van het Stadhuis'. Zoals Bouchery werd hij door de Feldgendarmen op 26 mei 1941 als gijzelaar opgepakt en opgesloten in Breendonk tot 8 juli 1941. Hij kwam als een gebroken man terug uit Breendonk, maar bleef actief in de sluikpers. De leverziekte die hij als gevolg van de mishandelingen in Breendonk had opgelopen bleek ongeneeslijk en hij overleed uiteindelijk aan de gevolgen ervan. Zijn begrafenis werd bijna een nationale betoging waarop honderden afvaardigingen uit gans België aanwezig waren.
Als bondsvoorzitter werd hij opgevolgd door zijn stadsgenoot Francis Dessain.

In Mechelen zijn een straat en een brug naar hem vernoemd, beide gelegen in de buurt van het stadion van Racing Mechelen, dat ook zijn naam draagt. Oscar Vankesbeeck of 'OVK' wordt tot op vandaag met fierheid uitgesproken als een Racinger het over zijn "huis" heeft.

Vankesbeeck en Racing, Racing en Vankesbeeck

Door zijn negen jaren oudere broer, Monne, geraakte Oscar van kindsbeen af in de sport.
Als bekend turner, lijfde Monne de achtjarige Oscar in bij de ‘Club der Mechelsche Turners’, waar zijn atletische gaven al spoedig de aandacht trokken. Vooral in spurten en in ver springen muntte Oscar uit. Om die bekende kwaliteiten werd hij op 20 april 1905 graag in het eerste elftal van de zo pas gestichte Racing Club Mechelen opgenomen.
Al snel nam hij als voorzitter de leiding van de jonge kring in handen. En een geluk dat die handen zo sterk bleken. Een ijzeren vuist en een stalen wil waren er nodig om Racing over al de hindernissen te leiden die op zijn weg zouden rijzen. Vankesbeeck wist ze allemaal omver te werpen.
Hij durfde het aan 12000 BEF uit te geven voor een omheining op een ogenblik dat nergens op steun noch krediet kon worden gerekend voor zo’n “dwaze-kinderen-onderneming”.
Intussen was Vankesbeeck als linkerback provinciale kampioen geworden van de Juniors, met de ploeg van 88 doelpunten tegen 0. Hij behaalde ook de titel in tweede afdeling.
En al zijn presteren als voetballer belette hem niet ook aan het hoofd te staan van vrijwilligers die ‘t veld elke zondag in gereedheid moesten brengen, zodat Oscar nooit in een thuiswedstrijd uitkwam zonder eerst enkele uren gesjouwd en gewroet te hebben.

Een gezonde financiële toestand, schitterende ploegen en een machtig ledental lokten meer bedaagde mensen rond de bestuurstafel.
Die ouderen konden ‘t niet langer verkroppen onder die voortvarende ‘snotter’ te staan die hun zucht naar vreemde versterking en twijfelachtige roem in de weg stond.
Maar Oscar Vankesbeeck hield stand en toen de financiële nood van dat ogenblik een bekwaam econoom eiste was het Vankesbeeck die de zinkende financiën overwon, waarna hij - zijn doel bereikt - gedurende enkele jaren aan zijn eigen toekomst ging denken.
Maar na de Eerste Wereldoorlog vinden we hem terug aan het hoofd van het groenwitte gezelschap wanneer die een uitzonderlijk sterke leider nodig had, wanneer alles moest worden heringericht, wanneer op luttele tijd een nieuw veld moest worden gevonden en aangelegd. Opnieuw speelde Vankesbeeck het klaar. Voorlopig echter, want Oscar zag het groter, wilde beter. Hij stichtte: “Racing zonder winstgevend doel” met rechtspersoonlijkheid en mocht zich eindelijk, in 1923, verheugen in de voltooiing van een van de beste voetbalinrichtingen van ons land.

Later werd Oscar Vankesbeeck delegatieleider van het Belgische nationale elftal bij het eerste wereldkampioenschap voetbal in 1930 en in 1937 bondsvoorzitter van de Belgische Voetbalbond.

Eerbetoon uit het 25-jarig gedenkboek:

"Als werker is Oscar een echte titan, een Hercules, maar die geen benul heeft van de maat zijner krachten, die zich gewillig en glimlachend bereid verklaart een tienmaal zwaarder taak voor eigen rekening te nemen, dan hij, zelfs met verlies van menig uur welverdiende nachtrust, kan klaar krijgen.
En als hij dan onder den last begeeft, en als een drenkeling wanhopig met de armen rondslaat om lucht, dan is het ook gevaarlijk hem te naderen met een vraag om rekenschap over een onvolbrachte taak. In een adem zal hij U met zijn gekend advokatentalent een zoo lange lijst van bezigheden en verplichtingen opsommen dat U er duizelig van wordt en U afvraagt hoe hij nog leven kan, hoe hij nog een pijltje haar op zijn leeuwenhoofd behouden kan; en terwijl ge dan, meer dan overtuigd, om verschooning stamelt, klinkt de telefoonbel en hoort ge Vankesbeeck, met een sereen gezicht zich verbinden een nieuwe reusachtige zaak een bijzaak wel te verstaan, een voetbalzaak, - klaar te spelen, net of hij U zooeven niet had bewezen dat hij in geen drie maanden over een minuut tijd meer beschikken kon.
Oscar is ook een gemoedelijk verteller, van wien men zich niet losrukt als hij eens in de echte stemming geraakt, een kouter, waarnaar de supporters soms met open mond en starend genietend kunnen zitten luisteren, uren lang.
Zijn redenaarstalent is nu eenmaal gansch het land door bekend. Liefst nog spreekt hij zijn smakelijk, ongekunsteld Mechelsch, zich weinig bekommerend om spraakleer of stijldefect, boeiend al zijn toehoorders die hij meeslepen kan en overtuigen als geen ander.
Oscar is een kunstenaar in de ziel, een fijnvoelend oudheidskenner. Die geeft om pronk noch praal en soms wel tien maal zal nadenken vooraleer zich tot bepaalde uitgaven te laten bewegen. Maar kwistig afstaat den soms verbazend hoogen prijs van voorwerpen die zijn kunstenaarsoog van begeeren doen schitteren.
Vankesbeeck is Racing, en Racing is Vankesbeeck, onafscheidbaar vergroeid, tot bevordering dier groote gedachte : lichamelijke ontwikkeling der volksjeugd."



» Oscar Vankesbeeck

» Column van een groundhopper

» Speech van 'den Johnny'

» In beeld




2010  website FV | contact  | bronnen: zie varia